Planten en dieren in en om Purmerend

Weblog van Simon Pepping

Purmerend is de broedvogels te vlug af

Op zaterdagmorgen om 7 uur werden de bewoners van Melkkruid en Leverkruid wakker van een groepje luid pratende mannen die zich verzamelden langs de Linnaeuslaan. Even later klonk het geluid van een zwaar voertuig dat het voetpad opreed, gevolgd door luid gekraak van boomtakken. Wat gebeurde daar allemaal? Aan de oever van de Gorssloot was een happer bezig de onderste takken van een grote Els af te trekken. Daarna werd de kettingzaag in de stam gezet, en even later viel de stam met hoog opspattend water in de sloot. Binnen 15 minuten na het begin van de werkzaamheden was de boom geveld.

Zie de foto's.

De ploeg ging snel en efficiënt te werk. De happer voerde de takken één voor één aan een versnipperaar die ook op het pad gereden was. Vervolgens werd de stam op de oever getrokken en in enkele korte stukken gezaagd. Daarna werden de takken van de kroon afgezaagd en versnipperd. Alles werd machinaal gedaan, er kwam geen spierkracht aan te pas. Deze routine werd verstoord doordat één van de takken in het water afgebroken was. Met een hark en veel spierkracht moest hij aan de overkant aan wal getrokken worden.

Toen de versnipperaar en de happer vertrokken, bleven alleen twee stukken stam en de boomvoet over. Wat later kwam een freesmachine langs en werd de boomvoet weggefreesd. Tenslotte kwam de happer nog even terug. Hij maneuvreerde zich met zijn zware banden nog één keer over het voetpad en voerde ook de stukken stam af.

Eén van de medewerkers vertelde dat de gemeente hun had opgedragen om de boom op zaterdag te verwijderen. Waarom zou de gemeente een duur weekend tarief betalen om deze boom weg te laten halen? Kijk, het is 15 maart, de laatste dag van de eerste helft van maart. Je zou kunnen zeggen, de laatste dag vóór het broedseizoen. Bomen mogen niet omgehaald worden als er broedende vogels in zitten. Vanaf de tweede helft van maart wordt het steeds waarschijnlijker dat ze er wel zitten en dan moet de boom tot de volgende winter blijven staan. Door dit zaterdagse overwerk is de gemeente de broedvogels net te vlug af geweest.

Na ruim een uur was het werk gedaan. De majestueuze, 40 jaar oude Els was tot een hoopje snippers gereduceerd. Het slotoffensief van de winter 2013/2014 trok verder de Gors in, op weg naar andere bomen.

16 Maart 2014

 

Rotzooi in het bos

Er zijn mensen die hun rotzooi in het bos dumpen; dan zijn zij er van af. Beheerders en politie proberen dat natuurlijk te verhinderen. Maar soms dumpen de beheerders zelf hun rotzooi in het bos. Geen huisvuil, en zeker geen chemisch afval, maar rietmaaisel.

Bos is waardevol, als het in Brazilië of op de Veluwe ligt. Maar in Laag-Holland is het minder populair bij natuurbeheerders en -liefhebbers. Dan zegt men: “Als we niets zouden doen zou hier alles bos worden”, of men spreekt van ‘verbossing’. Een bosje in het open land wordt gezien als een teken van nalatig beheer.

Veel natuurbeheer in Laag-Holland is gericht op het open houden van het gebied, en daar zijn goede redenen voor. Weidevogels komen niet broeden in een gebied met veel bomen. Een bos heeft veel vogelsoorten, maar die zijn vrij algemeen. Een rietland heeft meer bijzondere vogelsoorten. Een veenmosrietland heeft bijzondere plantensoorten.

Helaas leidt dat soms tot een gebrek aan respect voor bos. Een stukje bos naast een rietland wordt dan al gauw gezien als een negatief stukje natuur, en gebruikt om rietmaaisel en uitgetrokken bramen en boomopslag te dumpen.

In het Twiske is dat deze winter gebeurd. Ook in het Purmer Bos werd kort geleden rietmaaisel uit het rietland tegenover de Vurige staart in het naast gelegen bos gedumpt. Gelukkig is het maaisel later gemodelleerd tot richels, en ziet het er niet meer als gedumpt afval uit.

Er zijn veel situaties in natuurgebieden in Laag-Holland waar bos niet gewenst is. Dat betekent niet dat het waardeloos is. Een bos biedt leefruimte aan veel plant- en diersoorten, en is een goede plek voor mensen om natuur te beleven. Het verdient het om met respect behandeld te worden.

21 Januari 2012

 

Niet langer wachten op het bos

De boompjes en struiken in het rietveld van het Purmer Bos worden weggehaald. Staatsbosbeheer wil niet langer wachten op de rest van het bos. En dat is erg jammer.

Ik zie ze nog staan in 1990, de beheerder van SBB en de landschapsarchitect van Purmerend, bij de opening van het nieuwe deel van het Purmer Bos. De bodem van dit veld bestond niet uit klei, zoals in de rest van de Purmer, maar uit veen. Hier werd geen bos aangeplant, hier mocht het bos zichzelf vestigen.

Dat ging anders dan verwacht. Als je in een rietland ophoudt met maaien, staat het binnen twee jaar vol met boomopslag. Zo niet hier. In de eerste jaren was de begroeiing laag, met grassen, russen en zeggen. Langzaam drong het Riet op. Na zo'n 10 jaar had het bijna alle velden geheel bedekt. In al die jaren waren er maar weinig boompjes en struiken opgekomen. Rond een van de meertjes stond een ring met 4 soorten Wilgen, die er in het eerste jaar gekiemd waren. In een ander veld stonden twee grote, bolronde struiken van de Grauwe Wilg. Zie ook mijn inventarisaties van plantensoorten in dit veld.

In de volgende 10 jaar kwamen er wat meer struiken. Er schoot een Schietwilg op, waarvan echter al snel een deel weer afstierf door een ziekte. Verspreid door de velden kwamen nog wat Schiet-, Amandel- en Grauwe Wilgen op. Er groeiden enkele Vuilbomen en een Meidoorn. In de laatste jaren kwam er wat meer schot in de struikopslag. Hier en daar schoten Vlieren op. Er kwam een grote bos Rode Kornoelje op, met nog een klein bosje iets verderop. Waarschijnlijk is deze plek door een groep Spreeuwen of andere vogels als overnachtingsplaats gebruikt, na een dag vol met Rode Kornoeljebessen. Tenslotte schoten er ook een stuk of 5 Essen op, die kunnen uitgroeien tot flinke bomen met een open kroon, waaronder veel kruiden kunnen leven.

Ook het Riet is wat minder overheersend geworden. In de loop der jaren hebben zich enkele ruigtkruiden in het Riet gevestigd: Moerasmelkdistel, Leverkruid, Harig Wilgeroosje, Gewone Engelwortel en Bitterzoet. Om wat meer variatie in de rietvelden te krijgen, is gedurende de laatste jaren in de winter op een aantal plekken het Riet gemaaid en afgevoerd. Daardoor kunnen er in zomer andere kruiden groeien, met levensmogelijkheden voor andere dieren, b.v. Libellen.

Dat is de huidige toestand van het veld: Veel Riet, met enkele soorten ruigtkruiden ertussen. Enkele meer open plekken met lagere kruiden. En een toenemend en gevarieerd aantal struiken en jonge bomen, het begin van het verwachte bos. Maar nu is Staatsbosbeheer, met een aantal natuurliefhebbers in Purmerend en omgeving, het wachten moe. Ze genieten van de vogelbevolking die er nu leeft, en willen dat zo houden. Ze zien de houtopslag als vervuiling, en pakken die daadkrachtig aan.

Maar je kunt het ook anders bekijken. Natuur is ontwikkeling. De vegetatie en dierenbevolking veranderen voortdurend. In de toekomst ziet het gebied er anders uit dan nu, en leven er andere soorten dan nu. Het veld zou meer bos worden, maar anders dan het ernaast aangeplante moerasbos. De bomen en struiken zouden veel onregelmatiger in het veld staan. Nog tientallen jaren zouden er grote stukken Riet en kruiden tussen groeien. Misschien zou het op den duur dichtgroeien, maar dan zouden de betrekkelijk kort levende Wilgen alweer op hun retour zijn. Erg jammer dat men die ontwikkeling nu stopt.

25 November 2010

 

Rijke zomerbloei in de Blokken

Toen ik in het Twiske bij de Blokken kwam, werd mijn aandacht meteen getrokken door het rijk bloeiende Leverkruid. Het staat overal, aan de rand, op de dijk en in het bos. En er staat er heel veel van, zoveel dat dit terrein wel het Leverkruidbos genoemd kan worden. Ertussenin staan velden met helgeel bloeiende Late Guldenroede, een prachtige combinatie. Op de dijk bloeit ook veel Jakobskruidkruid; het maakt een bescheidener indruk doordat de bloemen niet zo dicht op elkaar staan en het geel wat gedekter is. Op veel plekken staat het Vlooienkruid in bloei, een kleinere plant met geelbruine, een beetje Margrietachtige bloemen. Op enkele plaatsen staat daar tussen de Wilde Bertram, een bescheiden plantje met witte bloemetjes. Zie de fotos (25 November 2010: fotos verwijderd).

Er zijn ook twee natte graslanden, met veel Kattestaart, met felpaars bloeiende aren. Het is bijna uitgebloeid. Waar het nat is bloeit ook de bescheiden Watermunt, met paarsroze bloempjes in bolletjes gerangschikt.

Vroeg in het seizoen hebben hier Damastbloemen gebloeid, een opvallende verschijning. Ook de Grote Springbalsemien heeft hier gebloeid en bloeit nog, maar er staat niet zoveel van.

De rijke kruidenbloei is mede te danken aan de Hooglanderkoeien die hier al meer dan tien jaar grazen. Ik was daar nooit zo blij mee. Ze maakten het bos hol, van boven boomkruinen, van onder leeg: geen lage takken, geen jonge boompjes en geen struiken. Maar nu is die leegte ingenomen door de ruigtkruiden, vooral het Leverkruid. Ook de Duindoorns, die hier nog altijd in groten getale staan, profiteren ervan dat de koeien het terrein enigszins openhouden.

Hier en daar staan toch dichte bossages met Wilgestruiken en Rode Kornoeljes. Deze zijn de koeien ontgroeid. De koeien konden of wilden ze blijkbaar niet opeten. Op het grasland aan de zuidkant van de Blokken, waar de koeien vaak verblijven, zijn een aantal flinke Wilgen de koeien op dezelfde manier ontgroeid.

Vlinders hebben bloeiende kruiden op zonnige luwe plekken nodig. Die zijn hier wel. Ik zag vooral vlinders in een zonnige rand tegenover het grootste natte grasland: een aantal Koolwitjes, Bruine en Bonte Zandoogjes, een Landkaartje en Stippelmotjes. De rupsen van de laatste eten in het voorjaar hele struiken kaal, kort nadat ze in blad gekomen zijn. Ik had niet gedacht dat de Stippelmotjes zo lang in het seizoen zouden doorvliegen. Op de bloemen zaten ook veel andere insekten: vliegen, zweefvliegen, bijen en hommels.

De Blokken heeft mij verrast. Het ziet er op dit moment prachtig uit, met zijn kleurige rijke bloemenpracht. Het inzetten van koeien heeft in dit opzicht een goed resultaat opgeleverd.

9 Augustus 2008

 

Bloeiende ruigtkruiden: de volheid van de zomer

Begin april is alles nog kaal, en komt de groei op gang. Eind april staan de struiken en veel bomen in blad. Eind mei zijn de grassen hoog opgeschoten, en hebben veel planten hun bloei alweer bijna voltooid. Eind juni zijn de bermen alweer gemaaid. De zomer lijkt hard te gaan. Maar de ruige vegetaties, vooral de natte, met Riet, hebben een langzamer tempo. Het Riet bereikt pas in juli zijn volledige hoogte, en gaat dan pas bloeien. Ook veel hoge kruiden zijn dan pas klaar voor een rijke bloei.

En nu is het dan zover. Vlak voordat de zomer eindigt, is hij op zijn volst. Overal bloeit het Leverkruid met roze bloempluimen. Officieel heet deze plant Koninginnekruid. Zijn bloemschermen zijn een goede plek voor zweefvliegen, bijen, hommels en vlinders om nektar te halen. Op veel plaatsen bloeit daar de Late Guldenroede tussendoor, in grote groepen met fel gele bloemen. Hij is nog aantrekkelijker voor nektar halende insekten. Waar deze planten niet staan, staat vaak het Knikkend Wilgeroosje, met felpaarse pluimen. Maar die zijn al grotendeels uitgebloeid, en zitten vol met zaadpluis. Moerasmelkdistels staan er soms ook. Ze vallen niet zozeer op door hun lichtgele paardebloemachtige bloemen, maar doordat ze boven alles uitsteken.

Ertussendoor staan struiken met rijpende bessen: de Lijsterbes laat zijn zware trossen dieprode bessen hangen, de bessen van de Vlier zijn nog grotendeels groen, aan de rozenstruiken kleuren de bottels al oranje en rood, aan de braamstruiken hangen diepzwarte, heerlijk zoete bramen naast onrijpe groene en rode.

Ik hou van de ruigtes in deze tijd. Dit is het groeiseizoen op zijn hoogtepunt, de zomer is rijp. Kijk gauw. Midden augustus is de meeste bloei voorbij, en is er alleen nog maar tijd om rijp zaad te maken.

9 Augustus 2008

 

Het rietland in het Purmer Bos wordt interessant

Achter in het Purmer Bos, tegenover de polder Vurige Staart, ligt het natuurdeel. De helft daarvan bestaat uit rietland dat al 18 jaar geen bos wil worden. De afwisselende graslandjes van de begintijd zijn in de loop der jaren overlopen door het riet, en het geheel was nogal saai geworden. Zie mijn soortenlijsten op deze website. Zal het ooit nog bos worden?

Vandaag ben ik er weer eens langs gelopen, en ik was verrast. Het riet heeft veel plaats moeten afstaan aan ruigtkruiden. Er groeien Harige Wilgenroosjes, Moerasmelkdistels, Koninginnenkruid, Gewone Engelwortel, Grote Brandnetels en Akkerdistels in. Er slaan ook steeds meer struiken op. Vanouds groeiden er een aantal wilgen: Grauwe Wilgen, Schietwilgen, Amandelwilgen en Katwilgen, vooral rond één van de meertjes. Op allerlei plaatsen staan nu kleine Vlieren, sommige al dik beladen met nog onrijpe bessen. Ik zag een Esdoorn, Essen, Vuilbomen en Vogelkersen. Op één plek staat een flinke groep Rode Kornoeljes.

Het lange wachten wordt misschien in de komende jaren beloond met een afwisselender begroeing met struiken en kruiden. Ik ga weer vaker kijken.

2 Augustus 2008

 

Een moerasbos in het Ilperveld

Aan de zuidwest kant van het Ilperveld ligt een stukje moerasbos. Het is geen eigendom van Landschap Noordholland, en dat is de reden dat het nog bestaat.

Het een mooi, goed volgroeid moerasbos. Het is ook tamelijk groot. Zoals dat hoort voor een moerasbos, wordt het gedomineerd door Berk (Betula sp.) en Grauwe Wilg (Salix cinerea), met enkele Zwarte Elzen (Alnus glutinosa) ertussen. Het bevat verscheidene soorten struiken: Sporkehout (Rhamnus frangula), Vlier (Sambucus nigra), Katwilg (Salix viminalis), een aantal flinke Veelbloemige Rozen (Rosa multiflora), twee Gelderse Rozen (Viburnum opulus), één Zweedse Meelbes (Sorbus intermedia), en één klein struikje van de Zwarte Appelbes (Aronia x prunifolia). Ik vond één 2 of 3-jarige Eik (Quercus robur), een nog minieme aanzet tot verdere bosontwikkeling.

De mooiste vondst was die van een klein groepje Koningsvarens (Osmunda regalis), met drie vruchtbare bladen, aan de ZO-kant van het bosje. Aan de andere kant vond ik nog twee mogelijke exemplaren, maar die kon ik niet goed genoeg waarnemen.

In het beheersplan van Landschap Noordholland wordt vermeld dat dit bosje nadelig is voor het weidevogelbeheer. Dat zal best; weidevogels gedijen het best op open weiland. Men gaat met de eigenaar gaat praten om die schade te verminderen. Hoe? Door het te kappen? Dat zou wel een heel groot offer zijn voor het weidevogelbeheer. Nee, dat zou helemaal geen goed natuurbeleid zijn. Dit bosje moet gewoon blijven.

30 Mei 2008

 

Bloeiende Haagbeuken in het Purmer Bos

Als je bij de eerste hoofdingang (bij de Wherevogels) het Purmer Bos inloopt, en bijna doorloopt tot de Middentocht, kom je langs de mooiste bosrand van het bos. Hier zijn verschillende soorten struiken en lage bomen aangeplant: Hazelaars, Veldesdoorns, Haagbeuken en meer. Ze hebben ieder hun eigen groeiwijze, bladeren, bloei en vrucht, en geven daardoor veel afwisseling aan de begroeiing van deze strook. In de laatste jaren zijn hier een aantal Populieren omgekapt om de struiken en boompjes licht en ruimte te geven.

Nu is dit stukje bos extra mooi. De Haagbeuken staan volop in bloei. Vele jonge bomen zijn volbeladen met grote gele katjes. Zie de fotos (10 Augustus 2008: fotos verwijderd).

Uiteindelijk zullen de Haagbeuken tot flinke bomen uitgroeien. Ze vallen dan op doordat de stam niet mooi rond is, maar meer een kurketrekker-achtige of andere onregelmatige vorm heeft. De bast is wel mooi glad. Maar ze zijn nu pas bijna 20 jaar oud en dat duurt nog vele jaren. Bij sommige is het begin van de onregelmatige vorm al te zien.

In januari, temidden van de stormschade, viel deze rand ook al op, door de bloeiende Hazelaars. Ze de fotos van de storm (10 Augustus 2008: fotos verwijderd).

1 April 2007

 

De Storm van 18 januari in het Purmer Bos

De storm van 18 januari heeft in het Purmer Bos honderden Populieren geveld. Van bijna alle bomen is de stam op 1 à 2 meter hoogte gebroken. Van een klein aantal bomen is de wortelkluit omhoog gekomen. De Eiken en Essen hebben geen zichtbare schade opgelopen. De fotos geven een indruk van de aanzienlijke verliezen die sommige velden hebben opgelopen (10 Augustus 2008: fotos verwijderd). Ze laten ook zien hoe sommige stammen met veel geweld door de storm gebroken zijn.

Hoe erg is dit nu? Het ziet er soms niet uit: Hele plantvakken zijn bijna kaal geslagen. Maar dat blijft niet zo. Nu er geen bomen meer zijn die het licht ondervangen, kunnen er weer kruiden, struiken en jonge bomen opgroeien. Dat is goed te zien in veld f in bosvak 5 dat alweer vol staat met Wilgen, Hazelaars en andere struiken.

Toen de Populieren hier rond 1990 geplant werden waren dit natte weilanden. Ze zijn hier neergezet als kwartiermakers van het bos. En dat hebben ze goed gedaan. Nu kunnen andere bomen hun plaats innemen.

veld 1b
Heel veel bomen zijn gebroken. Dit veld heeft de volle storm gekregen toen die uit het Westen kwam, over de Purmer Zuid en de voetbalvelden.
veld 1u
In dit veld zijn opnieuw veel bomen gebroken. Hier staan nog maar weinig bomen overeind.
veld 3a
Meer dan 10 bomen gebroken. Dit veld heeft de volle laag gekregen van de storm uit het Zuid-Westen en het Westen.
veld 5d
Veel bomen geknakt. Dit veld heeft de volle storm uit het Zuid-Westen gekregen omdat er in veld 5c nog maar weinig bomen overeind staan.
andere
Ook in allerlei andere velden zijn heel wat bomen omgegaan.

(De nummering van de velden is overgenomen van een plantvakkenkaart van Staatsbosbeheer. De terreinen 1, 2 en 3 liggen ten Noord-Oosten van de Groeneweg. Terrein 1 ligt bij de Purmer Buurt. De terreinen 4, 5 en 6 liggen aan de andere kant van de Groeneweg. Terrein 4 ligt aan de Zuid-Oost kant van de Westerweg. De terreinen 5 en 6 liggen aan de andere kant van de Westerweg, grenzend aan de Purmer Ringvaart. Terrein 5 is het meest Zuid-Westelijke, met de rietvelden en de moerasbosjes.)

22 Januari 2007

 

Blauwborst en Zomertaling in Weidevenne

Toen ik gisteren over de brug van het natuurgebiedje van Weidevenne fietste, werd mijn aandacht getrokken door enkele melodieuze trillers. Ik ben een redelijke vogelkenner, en herken de zang van de meeste broedvogels in onze omgeving. Deze zang kende ik niet. Van welke vogel kon hij zijn? Een Rietgors was hier op dit moment de meest waarschijnlijke zanger, maar die zingt duidelijk anders, niet zo melodieus.

Toen ik mijn kijker richtte op de plaats waar de zang vandaan kwam, had ik geluk. Midden in beeld zat op een rietstengel een Blauwborst te zingen. Helder blauwe borst met witte ster, geen vergissing mogelijk.

Blauwborsten komen tegenwoordig wel vaker in onze omgeving voor. Ik heb ze de afgelopen jaren gezien in de moerasbosjes van het Purmer Bos en in het Twiske. Maar hij is toch vrij zeldzaam.

Zo te horen wil deze Blauwborst hier blijven broeden, dat zou leuk zijn.

Toen ik vanmiddag vanuit zuidelijke richting over de Wormer Ringdijk langs hetzelfde natuurgebiedje fietste, stopte ik even om te kijken naar de eenden op het plasje naast de spoorlijn. Het gebruikelijke spul: Wilde Eenden, Kuifeenden, zelfs een paartje Wintertaling. En, hé, dat is een verassing, een Zomertaling. Onmiskenbaar door zijn aparte tekening, vooral de duidelijke witte oogstreep op de roodbruine kop.

Ik heb nog maar één keer eerder in mijn leven een Zomertaling gezien, in een slootje in de Zeevang. Zomertalingen zijn tegenwoordig nogal zeldzaam.

Misschien blijft ook deze zeldzame vogel hier broeden. Maar hij kan ook op doortrek zijn, en dan is hij morgen misschien alweer vertrokken.

Een Blauwborst, misschien zelfs een broedgeval, en een Zomertaling, twee leuke waarnemingen, twee succesjes voor dit natuurgebiedje.

26 Maart 2005

 

Waar zijn de kikkers van de Gorssloot?

De Gorssloot is weer schoon. Enkele weken geleden is de bodem van deze en veel andere stadsgrachten in Purmerend grondig schoongemaakt. Het resultaat was langs de wallekanten in de stad te zien: stapels bladafval, takken en stenen die lagen te wachten tot ze opgehaald zouden worden. Mooi werk van de gemeente. Toch?

Tussen het opgehaalde afval zaten zaken die zeker niet in een stadsgracht thuis horen, zoals een metalen afvalbak. Om die naar boven te kunnen halen was de schoonmaak grondig aangepakt. Een haak maalde flink door de bodem heen om al het afval te vinden. De bagger op de bodem is goed omgewoeld. Mooi werk van de gemeente. Toch?

Enkele dagen na de schoonmaak misten we iets. De kikkers in de Gorssloot kwaakten niet meer. Was het kwaakseizoen voorbij? Nee, elders kwaakten de kikkers nog volop. Was de schoonmaak van de gracht de oorzaak van de stilte? Wat doet een kikker eigenlijk als er in zijn omgeving zo tekeer gegaan wordt. Hij zoekt een veilig plekje op. En dat is in de modder op de bodem van de sloot. Als hij merkt dat dat vandaag nou juist het minst veilige plekje is, is het al te laat. Als afval wordt hij opgewoeld en gefilterd. En dat is misschien wat veel voor een kikker; hij is niet van metaal. Geen mooi werk van de gemeente. Toch?

Bij de gemeente Purmerend gaan een aantal diensten blijkbaar lustig hun eigen gang. Enkele jaren geleden moest de beschoeiing van de Gorssloot vernieuwd worden. De nieuwe situatie werd ontworpen volgens ekologische principes. De gracht moest niet alleen water voeren en de oever moest niet alleen op zijn plaats blijven, ze moesten ook geschikt zijn als leefgebied en verbindingszone voor een gevarieerde verzameling planten en dieren. Dit jaar moest de bodem geschoond worden. Er werd een apparaat ingezet dat technisch prachtig werkt. Waarschijnlijk kan het ook alle fietsen uit de Amsterdamse grachten opvissen. Maar natuurvriendelijkheid heeft bij het ontwerp geen rol gespeeld.

Dat de bodem van een stadsgracht met een ekologische doelstelling ook een natuurlijke leefomgeving is, is de opdrachtgevers van de schoonmaakbeurt ontgaan. En na de schoonmaakbeurt is de bodem ook geen natuurlijke leefomgeving meer, want er zijn geen bewoners meer. Het zal jaren kosten voordat het bodemleven weer opgebouwd is. En dan is het tijd voor de volgende schoonmaakbeurt. Maar misschien spelen ekologische principes dan wel een rol in de aanpak.

17 Juli 2004

 

Damastbloemen in het Twiske

Het is geen weer om naar het Twiske te gaan – als je gaat om te zonnen. Voor een wandeling of fietstocht door de natuur van het Twiske ligt dat anders. Koud en guur of niet, voor planten en vogels is het Mei, en er valt veel te zien en te horen. Vanmiddag heb ik een lange wandeling rond de Stootersplas gemaakt.

Als ik in de bosjes liep werd ik de hele tijd vergezeld door vogelgezang, van Winterkoninkje en Roodborst, van Tuinfluiter, Fitis of Vink. Op de weilanden minder zangvogels, een enkele keer een VeldLeeuwerik. Wel veel watervogels. Bijvoorbeeld een grote groep Grauwe Ganzen, waarvan vier of vijf paren jongen bij zich hadden. Tien jaar geleden waren broedende Grauwe Ganzen nog een zeldzame nieuwigheid in Noord-Holland. Je moest ervoor naar de driesprong bij Marken. Nu zijn ze gewoon geworden, en broeden ze op veel geschikte plaatsen.

Mijn bijzonderste waarneming van vandaag was een plantesoort. In de Blokken vond ik grote groepen planten met opvallende paarse of witte bloemen, meer dan een halve meter hoog, met stevige bladeren. Ze leken wel wat op Radijs, maar daarvan is het blad anders. Na flink zoeken in mijn flora vond ik dat het Damastbloem is. Het is een verwilderde sierplant uit Midden en Zuid Europa, maar hier in het Twiske voelt hij zich duidelijk op zijn plaats. Ik vond ze ook in de bosjes tussen de sluis en het dagkampeerterrein.

In die bosjes vond ik ook Stinkende Gouwe. Op zich niets bijzonders. Je vindt ze wel vaker, ook in de stad. Maar deze hebben gevulde bloemen. Een vreemd gezicht; gevulde bloemen zijn niet natuurlijk en passen daarom niet echt in het Twiske. Maar ze zijn wel mooi.

Het Twiske heeft nog veel meer mooie planten, en ook vrij zeldzame. Op veel plaatsen bloeien nu de Ratelaars. Hier heel gewoon, en ieder jaar weer te bewonderen. Maar buiten natuurgebieden vinden Ratelaars en veel planten waar ze mee samengroeien geen plaats meer. Het Twiske heeft veel voedselarme natte terreinen, en is daardoor niet alleen een belangrijk rekreatiegebied maar ook een bijzonder stuk natuur.

22 Mei 2004

 

Het verdronken bosje wordt een prachtig bosje

In de lente van 1999 bood het verdronken bosje een trieste aanblik. Vrijwel alle Populieren waren doodgegaan. Door de hoge waterstand in dit bosje stonden ze er in de voorgaande seizoenen al niet zo goed bij. Nu was de nattigheid ze blijkbaar fataal geworden. In de winter van 2000 was de afbraak verder voortgeschreden. Van alle dode bomen was de top eruit geknapt en lag op de grond. Het bosje bestond bijna alleen nog maar uit dode staken.

Het verdronken bosje is perceel f in bosvak 5 van het Purmer Bos. Bosvak 5 is het meest zuid-westelijke stuk van het bos, tegenover de Gors Zuid. Perceel f is het bosvak achter de stallen naast Huize Oosterlicht aan de Westerweg.

Meteen na de fatale winter van 1999 grepen allerlei kruiden hun kans. Kluwenzuring, Blaartrekkende Boterbloem, Moeraskers, Ridderzuring en grassen maakten gebruik van het onverwachte licht en vestigden zich snel.

Na de kruiden hebben ook de struiken de nieuwe levenskansen ontdekt. Wat aan de andere kant van dit bosperceel, in de rietvelden tegen de ringdijk aan, niet lukt, lukt hier wel. Het terrein wordt snel overgenomen door bomen en struiken. Er groeien Hazelaar, Amandel-, Kat-, en Grauwe Wilg, Spaanse Aak of Veldesdoorn, Zwarte Bes, Vogelkers, Zomereik, Gelderse Roos, Hondroos, Sporkehout, Wegedoorn en Vlier.

Nu, lente 2004, ziet het verdronken bosje er niet verdronken en triest meer uit. het is hard op weg om een prachtig bosje met een afwisselende struiklaag te worden. Op dit moment bloeien de Vogelkersen en Amandelwilgen, en minder opvallend de Zwarte Bessen en de Veldesdoorns. De bloei van de struiken begon al aan het einde van de winter, met de bloei van de Hazelaars. In de vroege lente bloeiden de Grauwe en de Katwilgen. In de zomer zullen de andere struiken bloeien, de Gelderse Roos, de Hondsroos en de Vlier. Sporkehout en Wegedoorn bloeien dan ook, maar minder opvallend. De bodemvegetatie is inmiddels overgenomen door grote jongens: Brandnetel, Akkerdistel en Kleefkruid. Dat zijn geen schoonheden, maar de Brandnetel is een goede waardplant voor de rupsen van een aantal soorten Vlinders.

Voor een bosperceel in een rekreatiebos is de natuur hier goed bezig. De boswachter kan het niet verbeteren.

5 Mei 2004

 

De laatste vogeltocht van deze winter

De late vorstinval gaf mij de gelegenheid om op de laatste dag van de meteorologische winter nog een wintervogeltocht te maken.

Het eerste deel van mijn route loopt over de dijk van de Gouwzee, van Monnickendam naar de driesprong aan het begin van de dijk naar Marken. Dit is een traditioneel onderdeel van mijn wintervogeltochten. Als altijd is dit onderdeel koud: Je staat hoog op de dijk, en de noord-oosten wind blaast over de ijzige watervlakte recht in je gezicht. Maar je hebt hier een uitstekend uitzicht op de overwinterende watervogels, en daarom trotseer je deze barre omstandigheden. Met de zon in je rug heb je soms prachtig licht en zie je de kleuren en tekening van de vogels goed.

Het heeft niet zo hard gevroren, dus het water ligt open. Maar de noord-oosten wind blaast al het ijs dat er is deze hoek in. In de inhammen tegen de dijk ligt enkele meters ijs bestaande uit losse bij elkaar gedreven brokjes. De flinke golven laten de brokken voortdurend tegen elkaar schuiven. Als er weinig verkeerslawaai is, kun je het bewegende ijs horen.

Zoals meestal 's winters liggen er ook vandaag heel wat eenden op het water. De meeste zijn vandaag Smienten. Vaak verblijven die binnendijks, maar de vorst heeft delen van de Aeën en Dieën bedekt met een dunne ijslaag. Er liggen ook flinke groepen Tafeleenden. Van de andere wintergasten zijn niet veel dieren over. Ik zie drie mannetjes Nonnetje, prachtig en opvallend wit, en één vrouwtje, met de nonnenkap. Ik zie ook nog enkele mannetjes Brilduiker, ook erg wit, maar met een donkergroene kop met de opvallende witte brilleglasvlek. Veel is het niet, maar het is altijd leuk om deze watervogels te zien.

Ik zie enkele eenden dicht tegen een rietzoom liggen. Even kijken, een paar Wilde Eenden, en ja hoor, twee mannetjes Wintertaling. Daar hoopte ik op. De zon schijnt mooi op ze, en ik kan de tekening goed zien. De creme-gele driehoek bij de staart licht helder op.

Op het buitendijkse land bij de driesprong is het druk met vogels. Er zijn heel wat Kieviten. Sommige lijken zich meer bezig te houden met het komende broedseizoen dan met de huidige vorstperiode. Ze vliegen rond en roepen om hun territorium af te bakenen. Maar de meeste van deze vogels zullen nog wel verder moeten trekken. De kieviten zijn vergezeld van een groot aantal Goudplevieren. Ze rennen heen en weer op zoek naar voedsel.

Van de driesprong ga ik naar Uitdam. Aan de landkant, zowel vóór als na de driesprong, zie ik grote groepen Ganzen. Veel Kolganzen en vrij veel Brandganzen. Op veel plekken ook kleine groepjes Grauwe Ganzen. Af en toe vliegen er grote groepen Ganzen in de lucht, druk naar elkaar roepend. Het zijn er wel duizenden. De Kol- en Brandganzen zullen over enkele weken naar hun broedgebieden vertrekken. Veel van de Grauwe Ganzen broeden waarschijnlijk in dit gebied. Op het water zie ik nog een flinke groep Kuifeenden.

Van Uitdam gaar de tocht door de polder naar Zuiderwoude. Ook hier overal Ganzen. Ik zie weer een grote groep Goudplevieren, vergezeld van Kieviten. Een groep Spreeuwen daar in de buurt kwettert er druk op los, zoals gewoonlijk.

Het laatste stuk naar Zuiderwoude gaat recht tegen de wind in. Dat is toch wel erg koud. Ik heb het wel gezien. Veel Smienten en weinig andere overwinterende eenden, grote groepen Ganzen, twee flinke groepen doortrekkende Goudplevieren en Kieviten, en een paar Kieviten die zich al opmaken voor de komende lente en het broedseizoen. Een leuke tocht met veel waarnemingen.

29 Februari 2004

 

Het Purmer Bos door de stormen heen

Vandaag heeft het weer flink gestormd. Wat voor schade daarbij aan de bomen van het Purmer Bos is aangericht heb ik nog niet gezien. De stormen van de afgelopen weken hebben hier en daar wat bomen omgeworpen, niet erg veel.

Er zijn een paar bosvakken waar de Populieren het uiteindelijk niet goed doen. ‘s zomers hebben ze niet veel blad, de stammen blijven dun, en er gaan er heel wat dood. In die vakken zie je heel wat afgerukte takken of afgeknapte toppen. De recente stormen hebben daar hun bijdrage aangeleverd. In het noordelijke, oudste deel liggen enkele van die vakken: het vak langs de Westerweg, het vak langs het hoofdpad het bos in bij het fietspad dat van de Purmerweg afkomt, en een stel vakken waar het oostelijke pad doorheen loopt.

De stormen hebben ook enkele spektakulairdere slachtoffers gemaakt. Twee bomen die langs de kant van een sloot stonden, zijn met wortelkluit en al omgerukt, met als gevolg een grote hap uit de oever. Eén van bomen lag over het pad en is afgezaagd; nu hij zijn last kwijt is is het restant weer omhooggeveerd, en heeft het geslagen gat weer opgevuld. De andere boom ligt nog zoals hij is omgevallen; de omhoogstekende kluit en het gat in de oever bieden levenshoekjes voor dier- en plantesoorten, en dragen zo bij aan de verscheidenheid van het bos.

Ook elders zijn enkele bomen met kluit en al omgegaan. Waarschijnlijk was het een slechte zaak voor de bomen dat het de dag voor de storm zwaar geregend had. Daardoor gaf de klei meer mee, en bood minder houvast aan de wortels.

8 Februari 2004

 

Helleborus

Er zijn ook maar een paar soorten kruiden die om deze tijd bloeien. Sneeuwklokjes zijn juist in bloei gekomen, Crocusjes staan op het punt te gaan bloeien. Dat zijn de bekenden. Maar kent U de Helleborus, waarvan de Nederlandse naam Nieskruid is? Ze worden vrij veel aangeplant in tuinen. De bloemen zijn vaak groenig of gelig, waardoor ze niet opvallen.

Het zijn enkele decimeters hoge planten met stevige, vaak donkergroene bladen. Een bekende Helleborus soort is de Kerstroos, Helleborus niger. Niet de soort die rond Kerstmis met rode bloemen in de huiskamer bloeit. (Ik weet niet hoe die zich verhoudt tot deze Kerstroos.) Maar een soort die nu in de tuin bloeit met witte bloemen. Er zijn wel 20 soorten Helleborus en nog veel meer hybriden. De meeste bloeien met groen-gele of wit-gele bloemen, andere soorten hebben donkerpaarse bloemen. Altijd zijn de bloemen stevig, en staan ze op stevige bloemstelen. Je moet er even op letten, maar dan vind je ze zeker mooi, net als de vele tuinbezitters die ze aanplanten.

8 Februari 2004

 

Toverhazelaar

Er zijn maar een paar struikesoorten die midden in de winter bloeien. De Winterjasmijn staat in vrij veel tuinen. Ik vind het prachtig dat hij om deze tijd bloeit, maar verder ben ik er niet zo van onder de indruk. Zijn vorm is wat smal, wat ielig, en zijn bleekgele kelkjes langs de groene takken dragen toch niet zoveel kleur bij aan de vale winterdagen.

Misschien ben ik niet gauw tevreden. Maar ik heb dan ook een alternatief. De Toverhazelaar of Hamamelis is veel mooier, en ook veel zeldzamer. Ik herinnerde me dat er enkele jaren geleden één stond in Dotterbloem. Onlangs ging ik kijken of ik hem nog kon vinden. En ja hoor, hij staat er nog, in volle glorie, meer dan 3 meter hoog. Alle takken zitten vol met bloemkluwens: met vier smalle dooiergele reepjes kroonblad zijn de bloemen heel apart en geweldig mooi.

Op dezelfde tocht vond ik er nog een, aan de Koogsingel. Ook deze bloeide mooi, maar hij was veel kleiner. Blijkbaar was hij enkele jaren geleden de ruimte die hem was toegemeten ontgroeid, en had men hem flink ingesnoeid. Begrijpelijk, maar als je hem zo in de winter ziet bloeien, toch ook doodzonde.

Het enige wat je moet doen is een Toverhazelaar planten op een plek waar hij de ruimte heeft om uit te groeien, en hem geduldig laten groeien. Maar ja, wie heeft er tegenwoordig nog ruimte en geduld? Ik niet.

8 Februari 2004

 

Copyright © Simon Pepping 2004–2012